UNO

In dit interview nemen we je mee in de dagelijkse praktijk van Roelof van der Wielen. Roelof is al meer dan 25 jaar bedrijfsadviseur bij UNO, hij is geregistreerd als herstructureringsdeskundige en hij heeft ruime ervaring met complexe herstructureringen van MKB-ondernemingen.
Met de komst van de WHOA-wetgeving (Wet Homologatie Onderhands Akkoord) in 2021 is het mogelijk om schulden te saneren met toestemming van de rechter, zonder dat daarvoor surseance of faillissement nodig is. In ons gesprek deelt Roelof zijn visie, ervaringen en dilemma’s bij herstructureringen.
Kun je uitleggen wat herstructurering precies inhoudt?
Herstructurering van schulden betekent feitelijk dat een deel, vaak een groot deel, van de schuldenlast door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een beter toekomstperspectief voor de organisatie in kwestie. Eigenlijk is herstructurering een functioneel wapen waarbij je je voortdurend moet afvragen of het inzetbaar is of niet en of het verantwoord is om het in te zetten of niet.
Omdat je via herstructurering schulden kunt laten verdwijnen word je ook wel eens als een “tovenaar” gezien. Maar dat is een misvatting, want achter elke herstructurering schuilt een complexe en verantwoordelijke afweging.
Hoe gingen jullie om met deze vraagstukken toen de WHOA nog niet van kracht was?
Nog voor de intrede van de WHOA is herstructurering eigenlijk al “ontstaan” in het werkveld. Als voorbeeld noemt Roelof een onderneming die failliet dreigde te gaan. Het was duidelijk dat schuldeisers in dat geval niets zouden ontvangen. Door de mogelijkheid van het opnieuw aantrekken van financiering, op basis van een verbeterd bedrijfsplan, konden schuldeisers toch een bedrag tegemoetzien en konden ze ervan worden overtuigd dat zij daarmee beter af waren dan bij een faillissement. Een niet onbelangrijke bijvangst was, dat zo ook de ondernemer behoed werd voor een faillissement. Toen werd het een BGCA genoemd (Buiten Gerechtelijk Crediteuren Akkoord). UNO heeft inmiddels meer dan honderd ondernemingen hierin bijgestaan.
Als je kijkt naar de ethische afwegingen bij al deze casussen, wat kun je daar dan over zeggen?
Nu Roelof terugkijkt heeft hij van enkele trajecten spijt. Juist vanwege de ethiek: aan de ene kant help je ondernemers, aan de andere kant worden er ondernemers geraakt doordat schulden onbetaald blijven.
Roelof vergelijkt het met een ambulancechauffeur: “Je wilt zo snel mogelijk naar het ziekenhuis, maar soms blijkt achteraf pas dat je niet precies wist wat er achterin lag. Beroepsdeformatie ligt op de loer. Het is aan ons om daar voortdurend kritisch op te zijn”.

Zo noemt hij het voorbeeld van een grote, toonaangevende internationaal opererende onderneming die in een uiterst nijpende situatie terechtkwam. Er dreigde een acute afsluiting van het stroomnet, waarop surseance van betaling werd aangevraagd. Dat bood uitstel en de ruimte om in de gewonnen tijd een akkoord te bereiken met de schuldeisers. In deze periode kon ook een executoriale verkoop van het onroerend goed worden voorkomen.
Veel later wist de onderneming haar vastgoed alsnog voor een goede prijs te verkopen en bleek de herstructurering succesvol: het bedrijf herstelde volledig. Tegelijkertijd roept dat achteraf een terechte vraag op: had met die opbrengst niet alsnog aan de schuldeisers moeten worden voldaan?
Dit voorbeeld laat zien dat bij het aangaan van een akkoord met schuldeisers de uitkomst onzeker blijft en dat de morele afweging pas achteraf, en soms onvolledig, kan worden beoordeeld.
Is hierover iets geregeld in de WHOA‑wetgeving?
Ja, juist daarin schuilt de kern van de WHOA: afspraken over schulden vragen om openheid, ook wanneer er nog vermogen of toekomstige opbrengsten in het verschiet liggen. Dat betekent dat de reorganisatiewaarde moet worden vastgesteld: een taxatie van de waarde van de onderneming nadat de schulden zijn gesaneerd. Schuldeisers moeten worden geïnformeerd over de waardeontwikkeling en hebben ook recht op die waarde. Dit is en blijft echter een zeer onzekere factor.
Wat kom jij in de praktijk het meeste tegen als aanleiding voor herstructurering?
Vaak willen ondernemers van hun schuldeisers af omdat ze denken dat dat hun toekomstperspectief verbetert. Maar dat is lang niet altijd terecht. Herstructurering is bedoeld als laatste redmiddel, niet als middel om er financieel beter van te worden. Het mag nooit een makkelijke uitweg zijn. Er moet sprake zijn van een knellende, niet te dragen schuldenlast. En bovendien, de ontstane schuldenlast is vaak een symptoom van problemen in de bedrijfsvoering. Als je die niet echt oplost, is sanering van schulden alleen tijdelijke symptoombestrijding.
Zijn er signalen die bedrijven te laat onderkennen of herkennen?
Een veelvoorkomend probleem is dat ondernemers vooral naar winst en verlies kijken en onvoldoende naar de balans. Er is dan te weinig zicht en grip op de vermogens- en liquiditeitspositie van het bedrijf.
Lef en ondernemerschap zijn essentieel om een onderneming vooruit te brengen, maar kunnen er ook toe leiden dat beslissingen te snel worden genomen. Veel ondernemers zijn handel gedreven; snelheid is belangrijk, maar kan er ook voor zorgen dat risico’s te laat worden onderkend of niet juist worden ingeschat.
Hoe ziet een herstructureringstraject eruit en wat is hierin belangrijk?
Allereerst beoordelen we het bestaansrecht van de onderneming. En daarnaast het moment en de wijze waarop de schuldenlast kan worden gesaneerd. Daarbij is het essentieel dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om aan de nieuwe afgesproken betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.
In zo’n traject is veel liquiditeit nodig: veel leveranciers eisen bij de bekendmaking van de voorgenomen sanering een vooruitbetaling en de vermogensbehoefte verdubbelt daarmee vaak. Daardoor kan het voorkomen dat een akkoord uiteindelijk niet haalbaar blijkt.
Belangrijk is ook dat schulden niet frauduleus tot stand zijn gekomen. Als schulden met medeweten van de bestuurder frauduleus zijn ontstaan, kan en mag de WHOA, logischerwijs, niet worden toegepast.
Ook hierin komt Roelof soms bijzondere situaties tegen. Zo begeleidde hij een onderneming die in zwaar weer verkeerde, waarbij de bestuurder willens en wetens bij voortduring geld had geleend van relaties via een constructie met kenmerken van een piramidemodel. Op die manier kreeg hij miljoenen tot zijn beschikking, bedragen die hij nooit zou kunnen terugbetalen.
De onderneming zelf was echter levensvatbaar en had bestaansrecht. De ondernemer is daarom functioneel aan de kant gezet en er is een interim-directeur aangetrokken. Door een bijzondere schuldsanering bleef de onderneming overeind en behielden de werknemers hun baan. De ondernemer werd geheel buiten spel gezet, dus buiten de onderneming geplaatst.
UNO dient strikt genomen het belang van de vennootschap en heeft daarom niet aangedrongen op vervolging van de dader. De schuldeisers hebben zich geschikt en waren vergevingsgezind.
Hoe zorg jij ervoor dat je objectief en onafhankelijk blijft?
Dat is misschien wel de grootste worsteling. Het is lastig, omdat je in de loop van een traject een band met mensen opbouwt en geneigd bent altijd een oplossing te willen vinden. Soms wordt pas gaandeweg duidelijk dat er daadwerkelijk verkeerde of onverenigbare keuzes zijn gemaakt. Op zulke momenten moet je, ondanks alles, proberen voor alle betrokken partijen het best mogelijke resultaat te bereiken. Dat blijft een moeilijke en delicate afweging.
Hoe neem je management en medewerkers mee in het traject?
Medewerkers blijven in dit soort trajecten vaak buiten beschouwing. Onze rol richt zich primair op het begeleiden van het management, de ondernemer, waarbij we optreden als coach en sparringpartner gedurende het proces waarbij we het belang van alle schuldeisers in ogenschouw nemen en dus ook van de werknemers.
Wat vinden ondernemers het meest lastig aan de menskant van dit proces?
Eerlijk en respectvol blijven communiceren met banken, schuldeisers en andere betrokkenen. Dat vraagt om het beteugelen van emotie, terwijl die vaak in dit soort situaties sterk aanwezig is. Juist die combinatie maakt dit onderdeel van het proces voor ondernemers bijzonder lastig.
Wat is het grote misverstand bij stakeholders over de WHOA?
Het grootste misverstand is dat de WHOA wordt gezien als een soort haarlemmerolie: iets waar je onderneming beter van wordt. Dat is lang niet altijd het geval. De WHOA is een laatste redmiddel, zeker geen instrument om eenvoudig schulden weg te lakken.
Wat is je het meest bijgebleven in alle zaken tot nu toe?
Het voorbeeld dat mij het meest is bijgebleven, is de situatie die ik eerder noemde: een ondernemer die op dubieuze wijze geld had geleend in de overtuiging dat het probleem tijdelijk was en daardoor steeds dieper in de moeilijkheden kwam. Normvervaging ligt op de loer en wordt door de omgeving onvoldoende herkend of bekritiseerd.
Nog een ander voorbeeld, UNO was betrokken bij het tot stand komen van een onderhands akkoord met schuldeisers van een onderneming, de meeste schuldeisers hadden al ingestemd met het saneringsvoorstel.
Het ging hierbij om een bedrijfsbeëindiging. De machines van het betreffende bedrijf waren getaxeerd en deze taxatie was leidend geweest voor het voorstel voor de schuldeisers. Op een later moment bleek dat zich een koper had gemeld voor de machines, deze konden voor een aanzienlijk hogere prijs worden verkocht dan eerder was aangenomen op basis van de taxaties. Daarmee kon meer aan de schuldeisers worden afgelost dan in het akkoord reeds was overeengekomen. De opdrachtgever weigerde het akkoord te herzien. Voor UNO was dat reden om zich uit het traject terug te trekken.
Beide voorbeelden onderstrepen waar het in herstructureringen uiteindelijk om draait: het spanningsveld tussen haalbare oplossingen en morele verantwoordelijkheid. Soms dwingt de praktijk tot harde keuzes, maar juist daar ligt de grens van het vak. Wanneer financiële ruimte ontstaat of normen onder druk komen te staan, is het aan adviseurs om vast te houden aan zorgvuldigheid en integriteit. Voor Roelof is dat steeds opnieuw het kompas hanteren: niet alleen kijken naar wat mogelijk is, maar vooral naar wat verantwoord is.
Worstel jij met schulden en moeilijke afwegingen en heb je behoefte aan een onafhankelijke blik die helpt om weer koers te bepalen? Neem dan gerust op met Roelof van der Wielen.
UNO – koers en houvast voor ondernemers.